Bij een al gegaard product wil je vooral voorkomen dat het te lang op hoog vuur ligt. Door de saté apart en rustig op te warmen, blijft de kipdij mals en kun je tegelijk de nasi goed heet en los bakken.
De combinatie van warme saté, kruidige rijst en frisse zoetzure groente werkt altijd goed. Je zet zo zonder veel werk een complete maaltijd op tafel.
Ingredienten
- 4 stuks kipdij saté gegaard
- 250 g pandanrijst
- 1 ui, fijngesneden
- 2 el ketjap manis
- 1 tl sambal oelek
- 1 el zonnebloemolie
- 200 ml pindasaus
- 1 scheutje water
- 0,5 komkommer, in dunne reepjes
- 1 wortel, in dunne reepjes
- 2 el natuurazijn
- 1 tl suiker
- 1 snuf zout
- 2 el gebakken uitjes
Bereiding
- Kook de rijst volgens de aanwijzingen op de verpakking en laat kort uitstomen.
- Snijd de komkommer en wortel in dunne reepjes en meng met de azijn, suiker en een snuf zout. Laat dit staan als snelle atjar.
- Verwarm de pindasaus in een steelpan op laag vuur. Voeg eventueel een klein scheutje water toe als de saus te dik is.
- Leg de gegaarde kipdij saté in een droge koekenpan op laag tot middelhoog vuur en warm 6 tot 8 minuten rustig op. Draai regelmatig.
- Verhit olie in een wok of grote koekenpan en bak de ui 2 minuten glazig.
- Voeg de gekookte rijst toe en bak 3 tot 4 minuten mee op middelhoog vuur.
- Roer de ketjap en sambal door de rijst en bak nog 1 minuut, zodat alles goed heet is.
- Serveer de nasi met de warme saté, pindasaus, snelle atjar en eventueel wat gebakken uitjes erbovenop.
Bereidingstijd: 25 minuten
Zelf nodig: koekenpan of wok, steelpan, rasp of mes, mengkom, spatel
Allergenen: controleer altijd de etiketten van de gebruikte producten.
Gebruikt in dit recept: Kipdij sate gegaard, Kip.
Lees ook: de bereidingsgids met kerntemperaturen en tips.




