Rookworst is al gegaard, dus je hoeft hem alleen rustig door en door warm te maken. Doe dat niet in hard kokend water, want dan kan de worst barsten en loopt er smaak verloren.
Bij boerenkool heb je wat romigheid en mosterd goed nodig. Dat geeft tegenwicht aan het hartige van de worst en maakt het een stevig bord eten zonder veel gedoe.
Ingredienten
- 1 rookworst wild
- 1 kg kruimige aardappels
- 400 g gesneden boerenkool
- 50 g boter
- 150 ml melk
- 1 el grove mosterd
- zout naar smaak
- zwarte peper naar smaak
Bereiding
- Schil de aardappels, snijd ze in gelijke stukken en kook ze in ruim water met een snuf zout in 20 minuten gaar.
- Breng in een tweede pan water tegen de kook aan. Zet het vuur laag, leg de rookworst in het hete water en warm hem 15 tot 20 minuten rustig op zonder te koken.
- Voeg de boerenkool in de laatste 10 minuten toe aan de aardappels en kook mee tot alles zacht is.
- Giet de aardappels en boerenkool af, vang een kopje kookvocht op en stamp grof.
- Voeg boter, melk en een scheutje kookvocht toe en stamp verder tot een smeuïge stamppot. Breng op smaak met mosterd, peper en eventueel wat zout.
- Haal de rookworst uit het water en laat hem 2 minuten liggen voordat je hem aansnijdt.
- Serveer de stamppot op warme borden en leg de plakken rookworst erop.
Bereidingstijd: 35 minuten
Zelf nodig: grote kookpan, steelpan, aardappelstamper, snijplank, mes
Allergenen: controleer altijd de etiketten van de gebruikte producten.
Gebruikt in dit recept: Rookworst wild, Varken.
Lees ook: de bereidingsgids met kerntemperaturen en tips.




