Bij gegaarde spareribs is de oven een veilige keuze als je een gelijkmatige garing wilt zonder gedoe. Eerst rustig doorwarmen, daarna kort heter afbakken voor kleur en een licht plakkerige buitenkant.
De pirri pirri-kruiding heeft al genoeg karakter, dus een frisse, lichtzoete saus werkt hier goed bij. De aardappelpartjes kunnen tegelijk mee in de oven, waardoor je in één keer een compleet bord hebt.
Ingredienten
- 1 verpakking Spareribs gegaard pirri pirri
- 600 g vastkokende aardappelen
- 2 el olijfolie
- zout en peper
- 4 el barbecuesaus
- 2 el sinaasappelsap
- 1 tl mosterd
- eventueel groene salade voor erbij
Bereiding
- Verwarm de oven voor op 180 graden.
- Snijd de aardappelen in partjes, meng met olijfolie, zout en peper en verdeel ze over een met bakpapier beklede bakplaat. Bak ze 15 minuten.
- Leg de spareribs naast de aardappelen op de bakplaat of op een tweede plaat en dek de ribs losjes af met aluminiumfolie.
- Warm de spareribs 15 minuten mee in de oven, zodat ze goed heet worden zonder uit te drogen.
- Verwarm intussen in een steelpan de barbecuesaus met sinaasappelsap en mosterd tot een gladde saus.
- Haal de folie van de spareribs, bestrijk ze met de saus en verhoog de oventemperatuur naar 220 graden.
- Bak de spareribs nog 8 tot 10 minuten onafgedekt, tot de saus glanst en de randen licht kleuren. Schep de aardappelpartjes halverwege om.
- Haal alles uit de oven, laat de spareribs 5 minuten rusten en snijd ze daarna tussen de botjes door.
- Serveer de spareribs met de aardappelpartjes en eventueel een simpele groene salade.
Bereidingstijd: 45 minuten
Zelf nodig: oven, bakplaat, bakpapier, kleine steelpan, kwastje
Allergenen: controleer altijd de etiketten van de gebruikte producten.
Gebruikt in dit recept: Spareribs gegaard pirri pirri, Varken.
Lees ook: de bereidingsgids met kerntemperaturen en tips.




